panel 2

Nieuwsarchief

Studentenarbeid: +36% in eerste semester 2012-10-12

Studenten hebben in de eerste helft van 2012 fors meer gewerkt dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Een student verdient gemiddeld 68,3 euro per dag. Studentenarbeid blijkt het populairst in de leeftijdsgroep 18 tot en met 21 jaar oud.

Meer dagen, grotere loonmassa

Voor de eerste jaarhelft van 2012 hebben werkgevers 2,09 miljoen dagen studentenarbeid met verminderde sociale bijdragen aangegeven. Dat is 36% meer dan in dezelfde periode in 2011 Dat betekent overigens nog niet dat ook het aantal uren evenredig is gestegen: werkgevers geven studentenarbeid aan in dagen, niet in uren.

De stijging van de loonmassa bedraagt zelfs 40%. Dat betekent dat de gemiddelde bezoldiging per dag studentenarbeid met 2,6% is gestegen, tot 68,3 euro per dag. Deze stijging is hoofdzakelijk inflatiegebonden en geeft aan dat er niet echt een stijging is van het gemiddelde aantal uren per dag studentenarbeid.

De stijging is het gevolg van de nieuwe regels op de studentenarbeid en onderwerping aan de sociale zekerheid. Daardoor kunnen studenten aanzienlijk meer werken buiten de zomermaanden zonder onderworpen te zijn aan de sociale zekerheid. Het is duidelijk dat studenten en werkgevers volop gebruikmaken van de nieuwe mogelijkheden.

Grafiek - Aangegeven dagen studentenarbeid

Profiel studenten

Met de gegevens over de eerste jaarhelft is het mogelijk om het profiel te maken van de studentenarbeid buiten de zomermaanden.
Vrouwen vormen de grootste groep: 57% van de aangegeven dagen werd gepresteerd door vrouwen, 43% door mannelijke studenten.
De indeling naar hoofdsectoren is niet grondig gewijzigd ten opzichte van 2011 zoals blijkt uit onderstaande tabel:

  2011 2012
Land- en tuinbouw 0,44% 0,39%
Voedingsnijverheid 2,71% 2,71%
Industrie en bouw 3,02% 2,45%
Handel 22,89% 21,10%
Overige commerciële dienstverlening 23,20% 25,30%
Tewerkstelling via uitzendkantoren 37,21% 37,39%
Niet-commerciële dienstverlening 10,54% 10,66%
Eindtotaal 100,00% 100,00%

Piekperiodes

Naast de regels op studentenarbeid zijn ook de administratieve procedures aangepast. De aangifte van dagen studentenarbeid is vereenvoudigd, waardoor zowel de student als de werkgever snel een beeld krijgt van het aantal reeds gebruikte dagen (via de onlinetoepassing Student@work).

Op basis van de nieuwe manier van aangeven is het mogelijk te tellen hoeveel studenten er dag per dag in dienst waren. Deze gegevens zijn snel beschikbaar en bieden dus ook al een beeld van de studentenarbeid in de zomermaanden van 2012.

Grafiek - Aantal studenten dag per dag in dienst: verdeling naar geslacht

Een tijdscurve tot en met augustus 2012 toont een vertrouwd beeld. Buiten de schoolvakanties zijn er duidelijke pieken in de weekends. In de topweekends zijn dagen geregistreerd met 55.000 tewerkgestelde studenten.

Tijdens de schoolvakanties, vooral de zomervakantie, neemt de studentenarbeid sterk toe en wordt er duidelijk minder gewerkt in de weekends. Zo konden op de piekdagen in juli meer dan 155.000 studenten geteld worden onder studentenovereenkomst.

De telling van studentenovereenkomsten bevestigen het overwicht van vrouwelijke jobstudenten dat ook uit de telling van het aantal dagen studentenarbeid naar voren kwam.

Jongste studenten werken meer in de zomer

Uit de dag-op-dagtelling blijkt dat studentenarbeid het sterkst aanwezig is in de leeftijdsgroep 18 tot en met 21 jaar oud. De leeftijdsgroepen ouder dan 21 zijn duidelijk minder sterk vertegenwoordigd in de statistieken. Op 21-jarige leeftijd behalen veel studenten een hoger diploma en maken de overstap naar het reguliere arbeidscircuit.

Grafiek - Aantal studenten dag per dag in dienst: verdeling naar leeftijd

De leeftijdsgroep jonger dan 18 jaar is relatief meer vertegenwoordigd in de zomervakantie, terwijl de wat oudere studenten relatief vaker buiten de zomervakantie werken. De tewerkstelling als student bij de leeftijdsgroep van 18 tot 21 valt in augustus terug ten opzichte van juli, waar de 2de zittijd in het hoger onderwijs wel niet vreemd aan zal zijn.

Waar komen deze cijfers vandaan?

Vergelijking 2011-2012: DmfA

De vergelijking 2011-2012 is gebaseerd op gegevens uit de RSZ(PPO)-kwartaalaangifte (DmfA). Hierin worden ieder kwartaal het loon- en het aantal bezoldigde dagen studentenarbeid met solidariteitsbijdrage geregistreerd. Voor een student die een overeenkomst had voor 2 weken en alleen tijdens de weekdagen heeft gewerkt, zullen 10 bezoldigde dagen vermeld worden.

U kan deze gegevens terugvinden in de rubriek Statistieken – Publicaties op de RSZ-website. De gegevens voor het eerste kwartaal worden eerstdaags gepubliceerd; die voor het tweede kwartaal worden eind dit jaar verwacht.

Dag-op-dagtelling 2012: Dimona

De dag-op-dagtelling van het aantal studenten met studentenovereenkomst is gebaseerd op Dimona, de aangifte van in- en uitdiensttredingen. De telling gebeurt nadat de dag is verstreken.

Er zijn twee manieren om studentenarbeid aan te geven in Dimona:

  • Per periode: alle dagen van de contractperiode worden geteld, inclusief de weekenddagen, ook al werkt de student dan niet.
  • Per dag: alleen de dagen waarop de student effectief aan de slag is, worden geteld.

De Dimona-aangifte van tewerkstelling per dag wordt vanaf 2012 meer toegepast dan vroeger, omdat werkgevers en studenten nu in de toepassing Student@work online kunnen nagaan hoeveel dagen een student nog kan werken tegen verminderde sociale bijdragen. De dag-op-dagtelling voor 2011 kan daardoor niet echt vergeleken worden met de resultaten voor 2012.

Een tewerkstelling onder studentenovereenkomst betekent niet noodzakelijk dat deze tewerkstelling ook gebeurt onder het stelsel van de solidariteitsbijdrage (al is dat doorgaans wel het geval).

^ Back to Top