panel 2

Nieuwsarchief

Studenten hebben nooit zoveel gewerkt als in 2012 2013-05-15

Studenten hebben nooit zoveel gewerkt als in 2012. De studentenarbeid nam in 2012 met 16% toe ten opzichte van 2011, tot bijna 9 miljoen dagen. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Studenten laten zich ook almaar minder binden aan een bepaald seizoen: een toenemend aantal studenten werkt het hele jaar door.

Sterkste toename van de afgelopen jaren

In totaal zijn in België in 2012 ongeveer 450.000 jobstudenten (+- 45% mannen - 55% vrouwen) aan het werk geweest. Zij hebben samen 8,9 miljoen dagen gewerkt: een toename met 16% ten opzichte van 2011. Dat is de sterkste stijging van de afgelopen jaren.

Jaarlijkse groei van studentenarbeid

Groei van de jaarlijkse studentenarbeid in % van het voorgaande jaar, van 2009 tot 2012

Gemiddeld bijna 20 dagen

Ook het aantal jobstudenten is in 2012 toegenomen (+ 3,2%), een trend die zich al enkele jaren voordoet. Toch is de stijging van het totale aantal gewerkte dagen niet alleen daaraan toe te schrijven. Een jobstudent werkt ook meer, want het gemiddelde aantal gewerkte dagen per jobstudent nam toe tot 19,8: een stijging van 12,4%. Dat is een fors sterkere toename dan in de afgelopen jaren (+ 1,7% in 2010 en 2011).

Vanwaar deze stijging?

Voor de sterke stijging in het aantal geregistreerde dagen studentenarbeid zijn er diverse verklaringen.

  • Allereerst tonen de cijfers het effect van de nieuwe regels op studentenarbeid, die in 2012 van kracht werden. Studenten mogen nu 50 dagen werken tegen verminderde sociale bijdragen, in plaats van 46. Studenten kunnen die dagen vrij kiezen, terwijl ze vroeger maximaal 23 dagen buiten en maximaal 23 tijdens de zomermaanden mochten gebruiken.
  • Daarnaast omvatten de cijfers ook jobstudenten die vóór 2012 nog buiten de statistieken over studentenarbeid bleven, omdat ze werden aangegeven als gewone werknemer. Dat gebeurde vaak uit praktische overwegingen, omdat ze dan verlost waren van de beperkingen van de oude regels. Geschat wordt dat circa 5% van de toename toe te schrijven is aan deze statistische verschuiving.

Sterke stijging buiten zomer

De zomer blijft met voorsprong het populairste seizoen voor studentenarbeid: 64,5% van het aantal dagen studentenarbeid is verricht in de periode van juli tot en met september. Toch neemt het aandeel van de zomer in het totale aantal gewerkte dagen al een aantal jaren geleidelijk af, ten gunste van de andere kwartalen, die jaar na jaar toenemen. In 2012 was de stijging in de kwartalen buiten de zomer meer uitgesproken dan de jaren daarvoor.

Ook het aantal studenten dat alleen in de zomer werkt, neemt geleidelijk af, ten gunste van het aantal studenten dat het hele jaar door werkt.

Evolutie van de studentenarbeid per kwartaal (2008 - 2012)

Evolutie van de studentenarbeid per kwartaal (2008 - 2012)

Deze cijfers wijzen op een mentaliteitsverandering. Kennelijk bestaat er een groeiende behoefte aan studentenarbeid buiten de zomer, bij zowel studenten als werkgevers. De nieuwe regels spelen in op deze nieuwe behoefte.

DmfA

De cijfers in deze mededeling hebben betrekking op de prestaties die in DmfA zijn aangegeven met solidariteitsbijdragen voor studenten (en die niet onderworpen zijn aan het gewone socialezekerheidsstelsel). DmfA is de aangifte waarin werkgevers elk kwartaal de loon- en arbeidstijdgegevens van hun werknemers doorgeven aan de RSZ. De gegevens zijn pas een paar maanden na afloop van een kwartaal volledig en geconsolideerd.

^ Back to Top