panel 2

Nieuwsarchief

Studentenarbeid steeg met 5% in 2014 2015-06-24

In 2014 is de studentenarbeid met 5% toegenomen ten opzichte van 2013. Dat blijkt uit cijfers van de RSZ
(Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) en DIBISS (Dienst voor de Bijzondere Socialezekerheidsstelsels).

In totaal zijn in België in 2014 469.000 jobstudenten (56% vrouwen, 44% mannen) aan het werk geweest. Dat zijn er 2,8% meer dan in 2013 en 3,9% meer dan in 2012. Zij hebben samen 10,3 miljoen dagen gewerkt: een toename met 5% ten opzichte van 2013 en meteen ook een record. Het is al de vijfde jaarlijkse stijging op rij.

22 dagen per jaar

Een student werkt dus gemiddeld 22 dagen per jaar, 2,5% meer dan in 2013. De stijging is het meest uitgesproken bij studenten ouder dan 22.
Studenten hebben per jaar 50 dagen waarin ze mogen werken met verminderde sociale bijdragen (2,71%).
Ongeveer 5% heeft zijn volledige pakket van 50 dagen opgebruikt.

Opgelet: een dag is niet noodzakelijk een volledige werkdag. Ook dagen van enkele uren worden bij de RSZ aangegeven als volledige dagen.

Steeds meer buiten de zomer

Veel studenten vinden een job via de uitzendsector, die goed is voor 33% van het aantal gewerkte dagen.
Populair zijn ook de handel (20%) en de horeca (14%).
De zomer is vanouds hét seizoen voor studentenarbeid. Dat was ook in 2014 nog zo: 59% van het aantal gewerkte dagen is gepresteerd in het derde kwartaal (juli-september). Maar er wordt steeds meer buiten de zomer gewerkt: het aandeel van de kwartalen buiten de zomer in het totale aantal dagen nam in 2014 met 3,4% toe. Daarmee zet de evolutie van de afgelopen jaren zich door.

1.616 euro per student

In totaal zijn in 2014 voor € 759 miljoen studentenlonen aangegeven bij de RSZ. Dat komt neer op 1616 euro per student. Per (aangegeven) dag levert een gemiddelde studentenjob 73 euro op.

DmfA

De cijfers in dit persbericht zijn afkomstig uit de DmfA, de aangifte waarin werkgevers elk kwartaal de loon- en arbeidstijdgegevens van hun werknemers doorgeven. De gegevens omvatten ook de lokale en provinciale overheden, die hun aangiften indienen bij DIBISS.

De prestaties die in aanmerking zijn genomen, zijn aangegeven met solidariteitsbijdragen voor studenten (en die niet onderworpen zijn aan het gewone socialezekerheidsstelsel).

^ Back to Top