panel 2

Overzicht

Welkom op het statistische luik van de de website van de RSZ.
Deze pagina geeft een algemeen overzicht.

Laatste update: 01 Juni 2016

Over de publicaties

Een aantal statistische gegevens worden op regelmatige tijdstippen gepubliceerd in brochurevorm. U vindt een overzicht in de rubriek Publicaties hierboven. Deze brochures kunnen worden gedownload.

Over de Onlinestatistieken - het extraatje van het web

In de rubriek Onlinestatistieken vindt u statistische informatie die niet gepubliceerd wordt in de vaste publicaties.

Over DynaM – Statistieken over de dynamiek op de Belgische arbeidsmarkt

De evolutie van de werkgelegenheid is het netto-resultaat van de groei en daling van het aantal jobs bij individuele werkgevers. Bij jobcreatie en –destructie wordt per onderneming nagegaan of het aantal arbeidsplaatsen gemeten over een bepaalde periode is toegenomen of afgenomen. Met deze dynamiekcijfers wordt op jaarbasis voor de periode van de crisis (juni 2008 – juni 2009) en voor de periode van het herstel (juni 2009 – juni 2010) onderzocht welke bedrijven groeien of krimpen. Tevens wordt becijferd wat het aandeel is van de startende werkgevers op de jobcreatie en wat het verlies aan arbeidsplaatsen is dat gepaard gaat met stopzettingen van werkgevers.

Deze statistieken worden aangemaakt volgens een methodologie ontwikkeld door HIVA-K.U.Leuven en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in het kader van DynaM, een samenwerking tussen RSZ - HIVA-K.U.Leuven - Federgon. De door de RSZ aangemaakte cijfers worden samen met duiding en analyses en gepubliceerd op een bijzondere thema-Website www.Dynam-belgium.org

Wanneer zijn de statistieken beschikbaar?

De statistieken volgen de kwartaalaangiften. Rekening houdende met de termijnen waarover de werkgevevers of hun lasthebber (het sociaal secretariaat) beschikt om de aangifte binnen te dienen, de controles op de correctheid en de statistische verwerking, zijn de brochures met betrekking tot een kwartaal beschikbaar rond de volgende periodes:

De brochure over de snelle ramingen van de tewerkstelling en de tijdreeksen over de bijdrageverminderingen (onlinestatistieken):
  • Eerste kwartaal: einde juni
  • Tweede kwartaal: einde september
  • Derde kwartaal: einde december of begin januari van het jaar daarop
  • Vierde kwartaal: einde maart van het jaar daarop
De andere kwartaalpublicaties en onlinestatistieken:
  • Eerste kwartaal: einde september
  • Tweede kwartaal: einde december of begin januari van het jaar daarop
  • Derde kwartaal: einde maart van het jaar daarop
  • Vierde kwartaal: einde juni van het jaar daarop

De jaarlijkse brochures kunnen doorgaans worden gepubliceerd tijdens het derde kwartaal van het jaar daarop.

De brochure die de tewerkstelling naar plaats van effectieve tewerkstelling (de gedecentraliseerde statistiek, ook de "gele" brochure genoemd) vereist een heel specifieke verwerking van de gegevens (waarbij onder meer ook de gegevens van DIBISS (ex-RSZPPO) moeten geïntegreerd worden). Daarom kan ook geen exacte datum op de publicatie ervan geplakt worden.

Hoe bekomt u de brochures? 

De RSZ is begaan met het milieu. Daarom vragen we om als het even kan maximaal gebruik te maken van de mogelijkheid om de meest recente brochures te downloaden. Ze zijn beschikbaar in PDF-formaat. De tabellen zijn eveneens beschikbaar in excel-formaat.

Vroegere brochures zijn te verkrijgen bij de Directie Statistiek (hiervoor kan u het contactformulier gebruiken).

Als u de brochures toch in drukvorm zou willen, kan u ze gratis naar u thuis laten opsturen. Voer hiervoor uw personalia in het contactformulier in, en omschrijf welke brochure(s) u wenst. U kan zich ook laten opnemen op de lijst van regelmatige bestemmelingen.

Verzending van papieren brochures wordt ingeperkt

Zoals vermeld in de brieven die vanaf november 2009 samen met de brochures verstuurd werden, wordt de papieren versie van de brochures enkel nog opgestuurd aan de gebruikers die dit expliciet vragen.

Mocht u toch nog op regelmatige basis een papieren versie van deze brochure willen ontvangen, gelieve dit via e-mail aan te vragen.
Afzonderlijke exemplaren kunnen ook steeds via hetzelfde e-mailadres besteld worden.
Mocht u per mail willen verwittigd worden bij het verschijnen van de gegevens op onze website, gelieve ons uw e-mailadres mee te delen met de aanduiding: " informatie mbt het verschijnen van de brochure [naam van de brochure]".

Contactadres : stat.brochures@rsz.fgov.be

U wenst meer gedetailleerde gegevens?

Het is niet mogelijk om zeer gedetailleerde gegevens te publiceren via de brochures. Er worden bijvoorbeeld geen gegevens gepresenteerd volgens de activiteitsklasse of -subklasse van de onderneming (vierde en vijfde positie van de economische activiteitennomenclatuur NACE-Bel).

Bijkomende gegevens zijn te krijgen via het contactformulier.
Dit gebeurt wel tegen betaling, in toepassing van het ministerieel besluit van 9 mei 2007, verschenen in het Staatsblad van 14 juni 2007 (pagina 32.301).

De prijs hangt af van de complexiteit van de vraag:

  • Voor eenvoudig beschikbare gegevens is de kostprijs € 10 voor bestanden kleiner dan 300 kilobytes. Voor bestanden tussen 300 kB en 1MB komt er per kB € 0,03 bij met een maximum van € 30. Voor bestanden groter dan 1MB bedraagt de prijs € 30 + € 0,02 per kB.
    Er wordt u steeds eerst een akkoord over de prijs gevraagd.
  • Voor meer complexe vragen, die een bijkomende programmering vereisen, wordt eerst een prijsofferte opgemaakt.

Voor sommige personen of instanties is de levering steeds gratis. Het betreft voornamelijk federale overheidsinstellingen met een statistische opdracht of actief in de sector van de sociale zekerheid, maar ook - voor eenvoudige aanvragen - studenten van het hoger onderwijs.
Andere aanvragers kunnen eventueel genieten van een prijsverlaging. De beslissing hiervoor ligt bij het Beheerscomité van de RSZ.

Disclaimer in verband met het gebruik van de statistische gegevens

De statistische gegevens die door de RSZ overgemaakt worden - zowel op onze website en/of in mails alsook in bijlagen bij mails - mogen enkel verder verspreid worden mits een duidelijke bronvermelding (RSZ). De RSZ aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enige schade die zou kunnen voortvloeien uit het consulteren van gegevens die zich op andere websites dan deze van de RSZ of bij andere informatiebronnen in het algemeen bevinden, en die naar de RSZ als bron verwijzen.

Wanneer de door de RSZ overgemaakte gegevens door de gebruiker bewerkt worden (bvb: samenvoegen van gegevens, berekenen van gemiddelden, interpolaties, extrapolaties, …), mogen die niet verder verspreid worden als zijnde gegevens afkomstig van de RSZ.  Vermeldingen als “bron: RSZ (eigen bewerking)” of “gegevens bekomen via eigen bewerking van gegevens afkomstig van de RSZ” worden in dit geval sterk aanbevolen.

De tijdsbreuk als gevolg van de invoering van de DmfA

De invoering van de DmfA heeft een aantal gevolgen gehad voor het aantal tewerkgestelde werknemers bij de RSZ. De belangrijkste wijzigingen in de brochure "loontrekkende tewerkstelling 2003" - " Methodologie en nieuwigheden", vindt u in de bijlagetabellen naar aanleiding van de invoering van de DMFA.

Over de NACE-Bel 2008 ( Nace rev.2 )

Om de statistische gegevens te verdelen naar de economische activiteit van de ondernemingen (of van hun lokale vestigingen) steunt de RSZ zich op de NACE-code (Nomenclature statistique des Activités économiques dans la Communauté européenne - statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap), aangepast aan de Belgische noden.

De RSZ kent de NACE-codes autonoom toe volgens de richtlijnen van de Algemene Directie "Statistiek en Economische Informatie" van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie (voorheen gekend als Nationaal Instituut voor Statistiek). De toekenning van deze activiteitscode verschaft geen rechten noch verplichtingen aan de ondernemingen. Indien derden, hetzij privé-organisaties, hetzij overheden voor de bepaling van het toepassingsveld van hun reglementeringen gebruik maken van activiteitsomschrijvingen, is dit onder hun verantwoordelijkheid en zij kunnen zich hiervoor niet louter beroepen op de door de RSZ toegekende codes. Tevens kan van de RSZ niet verlangt worden om activiteitscodes in functie hiervan te wijzigen. Aan vragen voor een wijziging van een activiteitscode enkel in functie van reglementaire bepalingen, zal dan ook geen gevolg gegeven worden.

Op 1 januari 2008 is een nieuwe NACE-Bel-nomenclatuur in voege getreden (NACE-Bel 2008 of NACE Rev. 2). Ze is de opvolger van de nomenclatuur die sinds 1993 in voege is getreden en die in 2003 enkele wijzigingen kende. De structuur is ongewijzigd gebleven, maar er zijn nieuwe rubrieken bijgekomen en de inhoud van bepaalde codes werd grondig gewijzigd.

De gedetailleerde bedrijfsindeling is te raadplegen op de website (statbel) van de Algemene Directie Statistiek en economische Informatie(ADSEI)(het vroegere NIS - Nationaal Instituut voor Statistiek).

De statistieken vanaf 2008 volgen deze nieuwe nomenclatuur. De statistieken voor de voorgaande jaren blijven volgens de oude nomenclatuur.

Door de invoering van een nieuwe nomenclatuur die beter aansluit bij de huidige economische realiteit ontstaat er onvermijdelijk een tijdsbreuk in de tijdreeksen. Om de consequenties hiervan zoveel te beperken, werden de gegevens voor 2007 opnieuw aangemaakt op basis van de aan de ondernemingen in 2008 nieuw toegekende NACE-codes. Deze gegevens zijn alleen beschikbaar op de website.

Over de publieke sector en de Capelohervorming (vanaf 2011)

Hervorming Capelo

Waarom?

Sinds 2011 werd een hervormde aangifte (Capelo) voor het overheidspersoneel ingevoerd. Dit heeft invloed op alle tellingen in de publieke sector, zowel wat het aantal tewerkgestelde werknemers, arbeidsplaatsen als het arbeidsvolume (VTE) betreft. Bepaalde toestanden van inactiviteit kunnen nu wel (of meer volledig) uit de tewerkstelling gefilterd worden. Dit biedt de mogelijkheid om zowel de telling van de werknemers als de berekening van het arbeidsvolume beter in overeenstemming te brengen met de socio-economische realiteit.

Afwezigheden, telling van werknemers/arbeidsplaatsen en meting van het arbeidsvolume

De arbeidstijdgegevens die door de werkgevers met betrekking tot hun werknemers in de multifunctionele aangifte moeten vermeld worden zijn ruimer dan de reëel gewerkte arbeidsuren of arbeidsdagen. De door de werkgever volledig bezoldigde prestaties (gewerkte dagen, wettelijke feestdagen, omstandigheidsverlof, …) en de wettelijke en bijkomende vakantie worden steeds als arbeidsvolume beschouwd en de werknemer wordt geteld als tewerkgestelde werknemer. Bepaalde afwezigheden worden voor de berekening van bepaalde sociale rechten van werknemers gelijkgesteld met arbeidsprestaties (en geven vaak aanleiding tot een vervangingsinkomen - ziekte, arbeidsongeval, tijdelijke werkloosheid, stakingsdagen, …). Deze afwezigheden worden niet bij het arbeidsvolume geteld maar de werknemer wordt nog wel als tewerkgesteld beschouwd. Verder zijn er nog afwezigheden die niet als gelijkgesteld worden beschouwd en die niet tot het arbeidsvolume worden gerekend en waarbij de werknemer, indien die geen andere prestaties heeft, niet langer als tewerkgesteld wordt beschouwd (volledig tijdskrediet, verlof zonder wedde, …).

De manier waarop deze afwezigheden worden behandeld en aangegeven is niet in alle gevallen dezelfde. Zo kan de afwezigheid vanwege ziekte in het ene geval als bezoldigd  (gewaarborgd loon eerste dagen arbeidsongeschiktheid) of als gelijkgesteld worden beschouwd (carensdag, dagen arbeidsongeschiktheid na gewaarborgd loon) waarbij er verschillen optreden tussen arbeiders en bedienden, tussen activiteitssectoren (in functie van cao’s) evenals tussen privésector en overheidssector.

Afwezigheden in de overheidssector - wat is er gewijzigd?

Waar in de privésector heel wat afwezigheden aanleiding geven tot een vervangingsinkomen (werkloosheidskas, ziekenfonds, arbeidsongevallenverzekering, …), betaalt de werkgever (in de overheidssector) zelf voor deze afwezigheden een volledige of gedeeltelijke wedde. Tot aan de invoering van de Capelo-hervorming moesten deze afwezigheden ook niet apart vermeld worden, zodat al deze periodes als bezoldigd werden beschouwd en meetelden voor het arbeidsvolume.

Vanaf de invoering van de Capelo-hervorming worden de niet- of gedeeltelijk vergoede afwezigheden wel afzonderlijk vermeld. Dit maakt het mogelijk om deze periodes van inactiviteit op een gelijkaardige manier te behandelen als deze in de privésector.

Concreet kunnen er drie types inactiviteit onderscheiden worden:

  • Terbeschikkingstelling (TBS)met wachtwedde voorafgaand aan het pensioen: deze (volledige of gedeeltelijke) afwezigheid kan het best vergeleken worden met het stelsel van (volledig of deeltijds) brugpensioen. De werknemer wordt vrijgesteld van prestaties maar behoudt een gedeelte van het loon. In de overheidssector blijft de vergoeding echter ten laste van de werkgever en wordt deze vergoeding gelijkgesteld met loon.
  • Overige terbeschikkingstelling met wachtwedde: dit zijn in hoofdzaak de werknemers in arbeidsongeschiktheid die, na uitputting van het ziekteverlof, niet langer recht hebben op een volledige activiteitswedde, maar terugvallen op een wachtgeld (wel nog ten laste van de werkgever zelf). Deze situatie is vergelijkbaar met de periode na gewaarborgd loon in de privésector.
    Terbeschikkingstelling met wachtwedde kan ook (maar in mindere mate) slaan op vast benoemd personeel in het onderwijs dat geen betrekking meer heeft bij verlies van lesopdrachten, en in afwachting is van een reaffectatie. Deze situatie kan vergeleken worden met het stelsel van tijdelijke werkloosheid in de privésector.
  • loopbaanonderbreking, verminderde prestaties, onbezoldigd afwezigheid, …: hier zijn geen (of slechts gedeeltelijke) prestaties en is er geen wachtgeld voor de afwezigheid. Dit is vergelijkbaar met de stelsels van tijdskrediet en onbezoldigd verlof in de privésector.

Voor de telling van arbeidsplaatsen of werknemers en arbeidsvolume gelden de volgende regels:

Administratieve toestand van de werknemer

Telt als tewerkgesteld

Arbeidsvolume in vte

Voor Capelo-hervorming

Na Capelo-hervorming

Voor Capelo-hervorming

Na Capelo-hervorming

Wettelijke vakantie, feestdagen, gewoon ziekteverlof, ...

Ja

Ja

Ja

Ja

TBS voorafgaand aan pensioen

Ja

Nee

Ja

Nee

Overige TBS (ziekte, …)

Ja

Ja

Ja

Nee

Loopbaanonderbreking, onbezoldigd verlof

Nee

Nee

Nee

Nee

Impact

Voor de telling van het aantal arbeidsplaatsen/tewerkgestelde werknemers wordt de telling enkel beïnvloed door het stelsel van (volledige) TBS voorafgaand aan het pensioen. Dit stelsel komt hoofdzakelijk voor in bepaalde overheidsbedrijven, Onderwijs en Defensie. Hierdoor worden in 2011 een 13.800 werknemers minder geteld en dit vrijwel uitsluitend in de leeftijdsklasse 55-59 en in de activiteitssectoren “Telecommunicatie” (2.300) en “Onderwijs” (11.500). Voor het Ministerie van Defensie (met het specifieke stelsel van de VOP) werden de gegevens slechts geregistreerd na het opmaken van de statistieken voor 2011 en werden de ongeveer 3.300 werknemers in dit stelsel tot op dat moment nog wel geteld.

Voor de meting van het arbeidsvolume is de impact veel groter. Niet alleen verdwijnen de prestaties van de (volledige) TBS voorafgaand aan het pensioen, maar ook deze van de overige(volledige) TBS (ziekte, ...) en worden bij deeltijdse terbeschikkingstelling enkel nog reële prestaties weerhouden. Tevens is het effect voelbaar in meer activiteitstakken, meer leeftijdsklassen en is de impact niet elk kwartaal even groot.

 

Herdefiniëring Overheidssector

Waarom?

De opdeling in 2 categorieën privésector versus overheidssector biedt vaak te weinig mogelijkheden om een genuanceerd beeld te geven van de tewerkstelling in de overheidssector. De overheidssector is immers veel heterogener dan vaak gedacht, met meerdere bevoegdheidsniveaus (federaal, gewesten, gemeenschappen, lokale besturen, ...) en activiteitsdomeinen (leger en politie, administratie, onderwijs, overheidsbedrijven, …).

Een nieuwe typologie werd uitgewerkt om een verdere onderverdeling van de overheidssector in de RSZ-statistieken te integreren.

Bij het uitwerken en implementeren van de typologie werd vastgesteld dat meerdere werkgevers ten onrechte tot de privésector of overheidssector werden gerekend in de bestaande opdeling. De correcties werden doorgevoerd voor alle kwartalen vanaf 2011.

Basisprincipes

Er bestaat veel verwarring rond de afbakening van de overheidssector, waarbij er meerdere definities in omloop zijn. Elk van deze definities heeft zijn eigen uitganspunten en finaliteit. Een correct gebruik van de gegevens veronderstelt dat men zich bewust is van deze uitgangspunten. Een verduidelijking van de basisprincipes voor de opdeling en een zo groot mogelijke transparantie met betrekking tot de ondernemingen die door de RSZ - DIBISS (ex-RSZPPO) tot de overheidssector worden gerekend is daarom noodzakelijk.

Het onderscheid privésector - overheidssector wordt gemaakt op het niveau van de werkgever en wordt bepaald aan de hand van de juridische entiteit die optreedt als werkgever. Een juridische entiteit wordt dus volledig tot de privésector of volledig tot de overheidssector gerekend. Bij de opdeling van de gegevens naar vestigingseenheid worden vestigingen van ondernemingen uit de privésector bij de privésector ondergebracht en idem-dito voor de overheidssector  (op een enkele uitzondering na: de ziekenhuizen die onder de juridische entiteit van een universiteit vallen. De juridische entiteit in zijn geheel valt onder de overheidssector. De ziekenhuizen als vestiging vallen onder de privésector. Hierdoor is het ook uitzonderlijk mogelijk dat ambtenaren tewerkgesteld zijn in vestigingen in de privésector (academisch personeel dat hoofdzakelijk aan het ziekenhuis is gelinkt)

Hoofdcriterium voor de indeling vormt de juridische vorm waaronder de juridische entiteit actief is. Een onderneming naar publiek recht wordt daardoor automatisch tot de overheidssector gerekend. De publieke functie van de werkgever kan in bepaalde gevallen ook in overweging genomen worden. Zo zullen de vzw’s die optreden als inrichtende macht in het vrij gesubsidieerd onderwijs (en waarvan het grootste deel van het personeel reeds wordt aangegeven door de departementen Onderwijs van de gemeenschappen) tot de overheidssector gerekend worden. Ook de parlementsleden die optreden als werkgever van hun parlementaire medewerkers, worden tot de overheidssector gerekend.


  • Bij de verdere indeling wordt eerst onderscheid gemaakt naar het bevoegdheidsniveau (federaal, Vlaams Gewest-Gemeenschap, Waals Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Franse Gemeenschap, Duitstalige Gemeenschap, Gemeentelijke overheid, Provinciale Overheid, Internationale instellingen en Bijzondere gevallen). Binnen elk bevoegdheidsniveau wordt verder onderscheid gemaakt naar de aard (administratie, bedrijven, onderwijs, instellingen, …) en dit afhankelijk van de organisatiestructuur van de betrokken overheid. Deze lijst kan u hier consulteren.
  • Welke onderneming tot welke categorie behoort (met uitzondering van de bijzondere gevallen beginnend met "0") kan u hier vinden.

 

Impact

Een aantal werkgevers en werknemers zijn in de huidige indeling verschoven zijn ten opzichte van de publicaties voor 2011:

De voornaamste verschuivingen hebben betrekking op ongeveer 8.500 werknemers bij de universitaire ziekenhuizen van UCL en ULB, die nu ook onder de privésector vallen en op ongeveer 7.500 bij diverse organisaties die vorming of opleiding aanbieden maar die niet tot het reguliere onderwijs behoren, en die niet langer bij de overheidssector gerekend worden. Anderzijds werden meerdere vzw’s die optreden als inrichtende macht in het vrij onderwijs toegevoegd aan de overheidssector (ongeveer 3.400 werknemers).  

U heeft nog vragen?

Probeer de rubriek FAQ! Of contacteer ons: stat.info@rsz.fgov.be.

^ Back to Top