panel 2

Nieuwsarchief

Studenten en werkgevers tevreden over Student@work 2013-06-19

Op 1 december 2011 ging de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) van start met Student@work, een project dat de nieuwe regels op studentenarbeid moest begeleiden. Op basis van statistische gegevens en resultaten van een eigen enquête, bracht de RSZ onlangs bij de Nationale Arbeidsraad (NAR) verslag uit over de ervaringen van één jaar Student@work. Wat zijn de effecten van de nieuwe wetgeving? Hoe goed hebben de door de RSZ gecreëerde voorzieningen gewerkt? De balans oogt positief.

Versoepelde regels zetten aan tot werken

What’s new?

Sinds 1 januari 2012 mogen studenten per jaar meer dagen werken tegen verminderde sociale bijdragen (50 in plaats van 46). Anders dan vroeger mogen die dagen naar keuze worden besteed: de schotten tussen de zomer en de andere kwartalen zijn opgeheven. De verschillende bijdragevoeten die van kracht waren op enerzijds de zomer en anderzijds de andere kwartalen, werden vervangen door een enkele bijdragevoet van 8,13%.

Meer studentenarbeid dan ooit

Onder meer dankzij de nieuwe, vereenvoudigde regels hebben studenten in 2012 meer dan ooit studentenjobs gedaan. De RSZ registreerde een recordtoename van het aantal gewerkte dagen met 16%. Vooral buiten de zomer neemt de studentenarbeid toe, wellicht een gevolg van de opheffing van het onderscheid tussen de kwartalen. Het aantal studenten dat zijn pakket van 50 dagen volledig uitput, blijft beperkt.

Regels zijn goed bekend

Een eigen enquête wijst uit dat de nieuwe regels goed bekend zijn. Van de studenten vindt 87% de regels begrijpelijk tot zeer begrijpelijk, bij de werkgevers liggen die cijfers nog hoger.

Online-dagenteller zorgt voor zekerheid

Overschrijdingen voorkomen

Om de toepassing van de nieuwe regels in goede banen te leiden, voorzag de RSZ in een dagenteller waarmee studenten en werkgevers online kunnen nagaan hoeveel dagen de student nog mag werken tegen verminderde sociale bijdragen. De bedoeling is te voorkomen dat studenten en werkgevers de 50 dagen overschrijden, zoals vroeger soms het geval was.

Dat is goed gelukt. Met een volume van ca. 50.000 dagen per jaar (0,5% van het totaal) blijft het aantal onterechte overschrijdingen marginaal.
72% van de studenten en 92% van de werkgevers beoordelen de gebruiksvriendelijkheid van de toepassing als goed. Wel meldde ongeveer 20% van de ondervraagde studenten problemen met de toegang – een aandachtspunt.

Reserveren en presteren

De dagenteller wordt automatisch geüpdatet met gegevens uit de tewerkstellingsaangifte Dimona. De werkgever ‘reserveert’ via Dimona de student voor de dagen overeengekomen in het contract. Worden de dagen niet uitgevoerd, dan wordt de teller automatisch rechtgezet met gegevens van de kwartaalaangifte (DmfA). Op die manier gaan de niet-gepresteerde dagen niet verloren voor de student.

Ook dat systeem werkt. Van de geplande dagen werd 91% gepresteerd. Van de overige 9% werd 8% nog in 2012 vrijgegeven. 1% kwam pas vrij in 2013, na afloop van kwartaal 4, maar omdat er weinig studenten hun 50 dagen volledig uitputten, is dat nauwelijks een probleem.

 

Een derde van de studenten maakt een attest

Met de toepassing kunnen studenten een attest maken, waarmee ze bij sollicitatie voor de werkgever het aantal gewerkte dagen kunnen bewijzen. Het attest vermeldt ook een code waarmee de werkgever het dagenaantal online kan verifiëren.

Iets meer dan een derde van de studenten (35%) heeft een attest gemaakt in 2012, meestal op verzoek van de werkgever. Meer dan 90% van de studenten maakt het attest op verzoek van de werkgever of het interimkantoor.

Zekerheid voor werkgevers

Het geringe aantal overschrijdingen, de goede prestaties van het reserveringssysteem en de brede acceptatie van het attest, zorgen voor een grotere rechtszekerheid bij alle betrokken partijen. Dat wordt bevestigd in de enquête: meer dan 90% van de werkgevers vindt dat de dagenteller en het attest meer zekerheid bieden dan het oude systeem.

50.000 likes op Facebook

De RSZ kreeg de opdracht om studenten en werkgevers te informeren over de nieuwe regels en voorzieningen. Dankzij een brede publiekscampagne, met onder meer een tv-spotje, waren studenten al snel goed op de hoogte van de nieuwe regels. De website www.studentatwork.be werd in 2012 ca. 1,5 miljoen keer bezocht. Niet minder dan 90% van de bezoekende studenten vond de geboden informatie relevant tot zeer relevant. De Facebookpagina van Student@work heeft inmiddels meer dan 50.000 likes, uitzonderlijk veel voor een overheidsinitiatief.

Student@work biedt ondersteuning via telefoon, een webformulier en de sociale media. Studenten zijn tevreden over die support. De klassieke supportkanalen scoren met tevredenheidscijfers van 60 à 70% meer dan behoorlijk. Nog groter is de tevredenheid over de support via Facebook, die 80 à 90% bedraagt. Ook werkgevers zijn tevreden over de supportmogelijkheden, maar zij doen er minder een beroep op, vermoedelijk omdat zij hun eigen ‘hulplijnen’ hebben in de vorm van sociale secretariaten en andere dienstverrichters.

Gelijke bijdrageopbrengst

In totaal leverde studentenarbeid bijna 53 miljoen euro aan bijdrageopbrengsten op. Daarmee was, zoals beoogd, de opbrengst dezelfde als die zou geweest in 2011, zonder rekening te houden met de effecten van de veranderde regelgeving.

Conclusie

De RSZ kijkt tevreden terug op de start van Student@work.
De nieuwe regels raakten snel ingeburgerd. De elektronische toepassing (de ‘dagenteller’) wordt goed gebruikt en minimaliseert het risico van overschrijding van de 50 dagen. De communicatiecampagne bereikte haar doel en zette Student@work op de kaart als dé referentie inzake studentenarbeid.

Kortom, de RSZ heeft met Student@work een goed functionerend kader geschapen voor de nieuwe regels op studentenarbeid, en heeft daarmee de rechtszekerheid voor de werkgever en student verhoogd.

Meer details vindt u in de evaluatie van student@work (pdf) zoals ze is voorgesteld aan de Nationale Arbeidsraad (NAR).

^ Back to Top