panel 2

Onlinestatistieken

Deze rubriek bevat statistische gegevens die niet in gedrukte vorm verschijnen, maar ook aanvullingen op bestaande statistische gegevens.

Aanvullende jaarstatistiek over de studentarbeid

Laatste update: 27 Juni 2018

Inleiding

Het bijzondere systeem van de studentenarbeid met vrijstelling van onderwerping aan het socialezekerheidsstelsel is sinds 2005 geëvolueerd van een tewerkstelling enkel tijdens de zomermaanden (juli, augustus en september) naar een tewerkstelling gedurende het ganse kalenderjaar. Hierdoor kunnen werkgevers niet alleen beroep doen op (van socialezekerheidsbijdragen vrijgestelde) studentenarbeid in de vakantieperiodes buiten de zomermaanden maar ook voor tewerkstelling tijdens schoolverloven en in de weekends.

Naast de opmaak van gegevens per kwartaal is het ook mogelijk om een kwartaaloverschrijdende analyse te maken van de studentenarbeid. Dit laat toe om een soort typologie van de tewerkstelling in het stelsel van deze studentenarbeid op te maken. Relevante vragen zijn:

  • Hoeveel personen hebben doorheen het jaar als student gewerkt?
  • Wat zijn de persoonskenmerken van deze student (geslacht en leeftijd)?
  • Bij hoeveel werkgevers heeft de student gewerkt?
  • Hoeveel studentenjobs zijn er door deze studenten uitgevoerd?
  • Hoeveel tijd werkt een student (gemiddeld) in het systeem van de studentenarbeid?
  • Neemt hij/zij al dan niet het volledig toegestane contingent op?
  • Hoe is het gesteld met eventuele overschrijdingen van het contingent?
  • Hoeveel verdient de student?
  • Waar wordt er gewerkt?
  • In welke activiteitssectoren werkt de student?

Sinds 2012 is tevens het onderscheid tussen het derde kwartaal en de andere drie kwartalen opgeheven en is het maximaal aantal dagen dat onder dit bijzondere systeem kan gewerkt worden opgetrokken van 2 keer 23 dagen (waarbij het kalenderjaar werd opgedeeld: juli, augustus, september enerzijds en de andere maanden anderzijds) naar 50 dagen verspreid over het kalenderjaar. Daarom werd er gekozen om deze vernieuwde jaarstatistiek in 2012 te laten starten.

Sinds 2017 werd het maximum aantal dagen vervangen door een maximaal aantal uren (475). Omdat de werkgevers enkel de uren dienen aan te geven is er een tijdsbreuk ontstaan in de tijdsreeksen.

In tegenstelling tot de kwartaalstatistieken studentenarbeid waar we het aantal arbeidsplaatsen, zijnde de relatie student-werkgever, als eenheid nemen, tellen we hier:

  1. het aantal personen over het volledige jaar. We laten dus de link met de werkgever én het gewerkte kwartaal los. Dit heeft een aantal consequenties als we de gegevens verdelen volgens bepaalde criteria, vooral als die aan de werkgever gelieerd zijn.
  2. Dit laatste wordt opgevangen door ook de aantallen Studentenjobs op jaarbasis op te nemen. Een student kan meerdere studentenjobs uitvoeren bij verschillende werkgevers. Elke gewerkte dag of uur bij een en dezelfde werkgever wordt samengevoegd en als één studentenjob doorheen het jaar beschouwd (er is dus geen telling einde jaar) en als dusdanig geteld. Dit laat toe om werkgeverskenmerken (de activiteitstak) te koppelen aan de studentenjob.

In de kwartaalstatistiek studentenarbeid wordt in feite ook de studentenjob geteld, maar hier wordt de groepering uiteraard op kwartaalbasis gedaan. Het spreekt vanzelf dat de som van het aantal jobs op jaarbasis niet gelijk is aan de som van het aantal jobs over de vier kwartalen.

De hier gepresenteerde gegevens kunnen een duidelijker beeld geven van de mate waarin studenten actief zijn via het bijzondere systeem van de studentenarbeid. We beschikken echter niet over gedetailleerde gegevens met betrekking tot de volledige studentenpopulatie (ook in het kader van de gewone onderwerping aan de sociale zekerheid), zodat geen "activiteitsgraden" van studenten kunnen berekend worden.

De tabellen

We brengen een en ander samen in 9 tabellen die draaien rond vijf noties die al dan niet samen voorkomen.

Vier van deze noties zijn gekoppeld aan de student zelf:

  • Aantal studenten
  • Aantal studentenjobs
  • Aantal gewerkte dagen/uren
  • De aangegeven lonen

Naast deze aan de persoon van de student gekoppelde noties, wordt het aantal werkgevers als vijfde notie in bepaalde tabellen opgenomen.

Deze noties worden telkens verdeeld volgens een aantal criteria.

Tabellen 1 tot en met 3 zijn tijdreeksen, de andere tabellen zijn jaarstatistieken.

Tabel 1: kerncijfers

Tabel 1 is een tijdreeks (sinds 2012) die een aantal kerncijfers bevat. De vijf hierboven vermelde noties worden opgenomen. Er wordt tevens een idee gegeven over het gemiddeld aantal jobs, het gemiddeld aantal gewerkte dagen of uren en het jaarloon en dagloon of uurloon van de student, en ten slotte ook van het aantal dagen/uren per studentenjob.

  • Het aantal jobs per student is gelijk aan het totaal aantal jobs gedeeld door het aantal studenten.
  • Het gemiddelde aantal dagen/uren is het quotiënt van de som van het aantal aangegeven dagen/uren gedeeld door het totale aantal studenten voor het aantal per student, en door het aantal jobs voor het aantal per job.
  • Het dagloon/uurloon is de aangegeven lonen gedeeld door het aantal aangegeven dagen/uren, terwijl het loon per student bekomen wordt door te delen door het aantal studenten.

Er is eveneens een grafiek die de evolutie weergeeft vanaf 2012 (=basis, index=100) van de studentenarbeid voor de 5 noties.

Tabel 2: hoeveel studenten hebben wanneer gewerkt in het jaar

Tabel 2 bevat informatie over het aantal studenten dat in een bepaald jaar gewerkt heeft en in welke kwartalen deze studenten gewerkt hebben.

De tabel moet als volgt gelezen worden:

  • Links zijn er vier kolommen, een per kwartaal.
  • De grijze cellen duiden het/de kwartaal/kwartalen van tewerkstelling als student aan waarop de cijfers in de rijcellen betrekking hebben.
    • Zo bevat de eerste rij de aantallen studenten die enkel in het eerste kwartaal gewerkt hebben.
    • De vijfde rij bevat dan gegevens over de studenten die in het eerste en het tweede kwartaal gewerkt hebben.
    • De laatste rij is het aantal studenten die in alle kwartalen van een jaar gewerkt hebben.

De totalen per kwartaal (bijvoorbeeld het derde) kunnen bekomen worden door alle rijen samen te tellen waar de cel m.b.t. het derde kwartaal grijs opgevuld is.

Tabel 3: studentenjobs naar activiteitstak en geslacht

Tabel 3 verdeelt de studentenjobs naar activiteitstak van de werkgever en naar geslacht. De activiteitscodes zijn op sectie-niveau, maar wel werden in de sectie “N. administratieve en ondersteunde diensten” de uitzendondernemingen apart opgenomen wegens het relatief grote belang ervan (zoals uit de cijfers direct blijkt). Voor alle duidelijkheid: studenten die via een interimkantoor uitgezonden worden naar een onderneming, worden door het interimkantoor aangegeven, bijgevolg fungeren de uitzendondernemingen als de werkgever en niet de onderneming waar ze effectief gewerkt hebben. De hier opgenomen cijfers betreffen enkel deze studentenjobs, een studentenjob bij het interimkantoor zelf (als omkaderingspersoneel bvb.) wordt onder “zakelijke dienstverlening” opgenomen.

Tabel 4: aantal studenten, studentjobs, gewerkte uren en lonen naar geslacht en leeftijd

Deze tabel spitst zich toe op een verdeling naar leeftijd van de student. De leeftijdsklassen wijken om evidente redenen af van deze in de “klassieke” RSZ-statistieken. Alle jobs, gewerkte dagen en lonen worden toegekend aan de leeftijd die de student had op het moment van zijn laatste tewerkstelling in het jaar.

Tabel 5: aantal studenten en studentenjobs naar aantal werkgevers waarbij ze gewerkt hebben en naar leeftijd

Tabel 5 deelt de studenten en het aantal jobs naar (klassen van) het aantal werkgevers waarbij de student zijn job(s) heeft uitgeoefend.

Tabel 6: aantal studenten naar aantal gewerkte uren, geslacht en leeftijd

Tabel 6 spitst zich toe op het aantal gewerkte uren per student, terug verdeeld volgens leeftijd en geslacht. Het aantal gewerkte uren wordt ingedeeld in klassen van 50 uren. Hier is een waarschuwing gepast: er worden bij de controles achteraf correcties voorzien, maar deze zijn niet altijd gebeurd op het moment van de ontlading van de gegevens. Dit verklaart het verschijnen van een aantal studenten met meer dan 475 uren.

Tabel 7: aantal studenten, studentjobs, gewerkte uren en lonen naar geslacht en hoofdverblijfplaats

De term “Hoofdverblijfplaats” slaat op het domicilie van de student, de wettelijke woonplaats dus. In de provincie Luik – Arrondissement Verviers worden de gemeenten behorende tot de Duitstalige Gemeenschap apart vermeld.

Tabel 8: aantal werkgevers en studentenjobs naar activiteitstak van de werkgever en aantal tewerkgestelde studenten

We introduceren hier een dimensieklasse – gelijkaardig aan deze in de gewone statistieken – maar enkel gebaseerd op het aantal tewerkgestelde studenten bij de werkgever. Verder gelden voor de activiteitstakken dezelfde opmerkingen als bij tabel 3.

Tabel 9: aantal studentenjobs naar activiteitstak van de werkgever en het gewest van de plaats van tewerkstelling

Deze tabel verdeelt de studentenjobs – naast de activiteitstak van de werkgever – naar de plaats waar deze job werd uitgevoerd. Drie opmerkingen:

  • De activiteitstak is deze van de werkgever, niet van de vestiging waar de job werd uitgevoerd
  • De gegevens omtrent de effectieve plaats van tewerkstelling zijn opgesteld op basis van de vestiging vermeld door de werkgever, zonder de correcties zoals toegepast in de publicaties van gedecentraliseerde statistieken van de RSZ. De klasse “onbekend” duidt op ontbrekende of foutieve vestigingsnummers in de aangifte van de werkgevers.
^ Back to Top