panel 2

Onlinestatistieken

Deze rubriek bevat statistische gegevens die niet in gedrukte vorm verschijnen, maar ook aanvullingen op bestaande statistische gegevens.

Kleine en middelgrote ondernemingen

Laatste update: 28 Juni 2019

Statistieken over de kleine en middelgrote ondernemingen worden altijd met grote aandacht bekeken en krijgen ook altijd een prominente plaats in de pers.

Aangezien de RSZ van alle werkgevers uit de privé-sector gegevens ontvangt (zelfstandigen zonder personeel, die de facto tot de KMO’s moeten gerekend worden, zijn dus onbekend; sommigen zijn evenwel ingeschreven bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ)) beschikt zij over een quasi exhaustieve bron van informatie om gegevens over de KMO’s te verzamelen en te publiceren.

De grafieken die hier gepresenteerd worden zijn op de gegevensbestanden van de RSZ gebaseerd.

Om als een KMO beschouwd te worden moet de onderneming aan een aantal criteria op het gebied van tewerkstelling en omzet voldoen. Aangezien de RSZ enkel informatie heeft over de tewerkstelling, wordt in deze statistiek dan ook enkel dit criterium gehanteerd voor de afbakening van de doelgroep.
In België beschouwd men over het algemeen een kleine onderneming als een onderneming die minder dan 50 werknemers tewerkstelt. Een middelgrote onderneming is een onderneming met minder dan 250 werknemers. De Europese unie maakt het onderscheid tussen kleine en middelgrote ondernemingen niet, maar legt de grens ook op 250 werknemers.

Sinds 2017 bestaat er een specifieke RSZ-dimensieklasse-indeling toegespitst op de KMO’s. Daarbij wordt binnen de kleine ondernemingen tevens het onderscheid gemaakt met de micro-ondernemingen (minder dan 10 werknemers). De tijdsreeks die tot 2016 bestond wordt dus niet verdergezet. Om toch nog enige continuïteit te verzorgen, wordt de nieuwe reeks hernomen vanaf het tweede kwartaal 2013 (het blijft dus een statistiek die twee keer per jaar gepubliceerd wordt).

Een heel belangrijk criterium in een federaal land als België is uiteraard de spreiding over de gewesten. De geografische spreiding is gebaseerd op de hoofdzetel van de onderneming (de belangrijkste uitbatingszetel - met het meeste personeel). Dit impliceert dat alle personeel van een onderneming aan deze hoofdzetel wordt toegewezen, ook al werk het niet noodzakelijk op die plaats. Er kan dus altijd een vertekening optreden van de reële situatie, maar gezien we hier KMO’s in beschouwing nemen blijft dit eerder beperkt (de gedecentraliseerde statistiek naar plaats van tewerkstelling kan hier niet gebruikt worden, omdat bijvoorbeeld ook lokale afdelingen van grote bedrijven (kantoren van een grootbank bijvoorbeeld) op die manier als KMO zouden beschouwd worden, wat uiteraard niet klopt - zie ook de inleidende tekst van de betreffende brochure).

Bij de hier gepresenteerde statistieken moet men dus met de volgende kanttekeningen rekening houden:

  1. zelfstandige ondernemingen zonder personeel zijn niet inbegrepen;
  2. de indeling wordt gemaakt tussen:
    • micro-ondernemingen (tot 9 werknemers)
    • Kleine ondernemingen (10 tot 49 werknemers)
    • Middelgrote ondernemingen (50 tot 249 werknemers);
  3. het betreft een telling van de tewerkstelling op het einde van het kwartaal;
  4. de toewijzing aan een gewest reflecteert niet altijd de geografische realiteit qua tewerkstelling;
  5. de afbakening van de privé-sector is deze die de RSZ gewoonlijk gebruikt (zie ook de FAQ).


Volgende tabellen en grafieken worden gepresenteerd, telkens voor het tweede en het vierde kwartaal vanaf 2013:

Onderzoek van de cijfers toont dat 99% van de Belgische ondernemingen volgens de Europese afbakening als KMO moeten beschouwd worden, wat het criterium weinig pertinent maakt voor het land.

Daarenboven vindt het relatieve lagere aandeel van “Brusselse” KMO’s ten opzichte van de andere regio’s zijn verklaring in de grotere aanwezigheid in deze regio van hoofdzetels van grote ondernemingen.

Ten slotte kunnen de cijfers beïnvloed zijn door gebeurtenissen in het “leven” van de ondernemingen (fusies, afsplitsingen, overnames, filialiseringen, grote ontslaggolven, …). Deze fenomenen kunnen het beeld op de dynamiek van bepaalde categorieën van ondernemingen vertroebelen.

^ Back to Top