Vergoeding voor thuiswerk

Vele werkgevers vragen zich af welke vergoeding ze mogen toekennen aan hun werknemers die ingevolge de regeringsmaatregelen voor COVID-19, een tijdlang hun werk bijna volledig van thuis uit zullen doen.

De zogenaamde bureauvergoeding tot dekking van de kosten voor verwarming, elektriciteit, klein bureaugereedschap, …., kan vrij van sociale zekerheidsbijdragen toegekend worden aan alle werknemers die van thuis uit werken, dus ook aan werknemers die vóór de COVID-19-maatregelen niet van thuis uit werkten, en dus ook zonder dat de werkgever en werknemer een formele telewerkovereenkomst hebben afgesloten.

Voor meer uitleg over deze bureauvergoeding wordt verwezen naar de administratieve instructies van de RSZ.

Bovenop deze vergoeding mag de werkgever volgende kosten terugbetalen:

  • Gebruik van de eigen PC 
  • Gebruik van de eigen internetverbinding 

Als de werknemer andere kosten moet maken (gebruik eigen telefoon, aankoop van een scherm of een scanner, …) mag de werkgever die ook terugbetalen. Daarvoor geldt er geen algemeen forfait, de terugbetaling moet gebaseerd zijn op de werkelijke kosten.

Werkgevers die voorafgaand aan de COVID-19-maatregelen de kosten van hun telewerkers terugbetaalden op basis van de 10% van het brutoloon dat betrekking heeft op de in de telewerkovereenkomst voorziene thuisprestaties (zie de administratieve instructies) kunnen deze vergoeding verder betalen volgens hetzelfde principe voor het in de telewerkovereenkomst voorziene pro rata (bijvoorbeeld 10% op 2/5de van het maandloon als in de overeenkomst 2 dagen telewerk was voorzien).

Een vergoeding van 10% van het volledige brutoloon kan dus niet aanvaard worden. De werknemers die tijdelijk in de kader van de COVID-19-maatregelen volledig van thuis uit werken bevinden zich immers niet in een situatie van thuisarbeid zoals voorzien in Titel VI de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en evenmin in een situatie van telewerk in de eigenlijke zin van het woord.

Een vergoeding mag alleszins wel uitgekeerd worden in de plaats van de 10% van het pro rata van het maandloon, als dit laatste lager zou zijn.

 

 

^ Back to Top